In Memoriam Louis Oppenheimer (1947-2025)
Louis Oppenheimer studeerde in 1975 af in de psychologie aan de Universiteit van Groningen en behaalde in 1978 zijn doctoraat in de Sociale Wetenschappen aan de universiteit van Nijmegen. In 1979 begon hij aan de UvA, waar hij op dat moment een van de weinige gepromoveerde medewerkers was.
Hij veroverde de tuinkamer in het partnergebouw aan de Vondelstraat, een werkkamer met openslaande deuren naar de tuin en een achterhekje naar het Vondelpark. Deze kamer, ingericht met mooie boekenkasten van hout en glas, werd een inspirerende plek waar Louis floreerde, gasten en studenten uitnodigde, en levendige colleges gaf. Het afstuderen vond in die tijd plaats bij hem op de kamer, waarbij ouders en grootouders welkom waren en er wijn geschonken werd van het huis Oppenheimer. In 1982 werd hij op jonge leeftijd aangesteld als hoogleraar op de leerstoel ontwikkelingspsychologie, als opvolger van Rita Vuyk.
Klassieke ontwikkelingspsycholoog
Louis was een klassieke ontwikkelingspsycholoog, geïnspireerd door het werk van Jean Piaget. In de jaren ’80 en ’90 leidde hij de tak van de structurele ontwikkelingspsychologie, die de vakgroep kende naast die van de psychobiologische (Maurits van der Molen) en de modelmatige en gedragsgenetische (Peter Molenaar) benaderingen. De structurele benadering onderzoekt systematische veranderingen in het denken, voelen en gedrag over de levensloop, waarbij zowel normale als afwijkende ontwikkelingsprocessen bestudeerd worden. In de jaren ’80 werkte hij samen met collega’s als Michael Chandler en Jaan Valsinger. Michael Chandler was een graag geziene gast en met hem liepen de discussies uiteen van heel fundamentele wetenschappelijke en filosofische vragen over het concept sociale cognitie tot aan een meer praktische invulling van datzelfde concept: wat is het risico van een training in sociaal cognitieve vaardigheden zoals perspectiefnemen? De discussie ging bijvoorbeeld over de vraag of boefjes van een training in sociale cognitie beter worden of wellicht betere boefjes worden. Of dat zo is, is een vraag die nog steeds leeft in onderwijs en onderzoek aan de UvA en elders.
Promovendi
Louis begeleidde diverse promovendi: met Annematt Collot d’Escury-Koenigs onderzocht hij de ontwikkeling van perspectief nemen in relatie tot sociaal-emotionele ontwikkeling, met Annerieke Oosterwegel richtte hij zich op de ontwikkeling van het zelf-systeem, met Ciska Rensen op de sensori-motorische ontwikkeling bij kinderen met geretardeerde ontwikkeling, met Nel Warnars-Kleverlaan op de ontwikkeling van humor in relatie tot de ontwikkeling van vriendschapsbanden en met Ilse Hakvoort verlegde hij zijn focus naar het gebied van de ontwikkeling van denken over oorlog en vrede.
Louis was een zeer betrokken docent. Hij wist tijdens colleges een boeiend verhaal te vertellen over kinderlijke ontwikkeling dat goed gewaardeerd werd, waarbij hij naast onderwerpen uit de algemene ontwikkelingspsychologie ook regelmatig over zijn eigen ervaringen en kinderen sprak.
Bestuurlijke rollen
Louis vervulde ook diverse bestuurlijke rollen, was voorzitter van de vakgroep ontwikkelingspsychologie en heeft een rol gespeeld in de Landelijke Associatie voor Ontwikkelingspsychologie. Hij was decaan van de faculteit psychologie voor hij in 2010 met emeritaat ging. We zullen zijn flamboyante verschijning (in de laatste jaren vaak met hoed) en ongezouten meningen niet snel vergeten.
Namens de programmagroep Ontwikkelingspsychologie,
Reinout Wiers, hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie,
Hilde Huizenga, hoogleraar formele modellen ontwikkelingspsychologie
Met dank aan Dr. Annematt Collot-D’Escury-Koenigs, Dr. Annerieke Oosterwegel, Dr. Margot Taal, Dr. Brenda Jansen en emeritus hoogleraar Maurits van der Molen voor hun bijdragen.